Op oude jaagpaden
Hier was een van de in totaal 15 houten bruggen over het Max Clemens kanaal. De bruggen werden gebruikt voor zowel het oversteken als voor het laden en lossen van de passerende schepen. Het kanaal had hier tussen Clemenshafen en Maxhafen meestal slechts een breedte van zes tot acht meter. Door de geringe breedte, waren houten bootjes op het Max-Clemens-kanaal onderweg, de zogenaamde trekschuiten, die vanaf de oever met twee paarden over het water getrokken werden.
De trekschuiten waren ongeveer 16 meter lang, 3 meter breed en werden voor het eerst in Nederland gebouwd en gebruikt. Later werden ze op grote schaal gebruikt. Elders werden ze niet alleen door paarden, maar ook door ezels, ossen of zelfs door mensen getrokken. Pas met de opkomst van de dampscheepvaart verdwenen de trekschuiten. Het jaagpad, waarop de paarden liepen, bevonden zich aan de westzijde van het kanaal en waren voor het overige verkeer, zoals paardenwagens niet toegestaan, gedeeltelijk zelfs geblokkeerd.
Op oude postroutes
Clemenshafen ligt op ongeveer twee kilometer afstand Richting Münster. Van 1733 tot 1771 werd het twee keer in de week aangedaan door een postschip uit Münster. Van daaruit werd de post per postkoets verder getransporteerd. De route naar Wettringen-Ochtrup-Enschede-Zwolle liep langs het Max-Clemens-kanaal en boog op op een kilometer afstand van de huidige “Schützenplatz” in richting Wettringen af. Vanaf 1771 liep het scheepvaartverkeer tot Maxhafen. De post werd van daaruit op de landweg verder vervoerd. Voor de omwonenden heet de route, voor zover deze nog bestaat, tot de dag van vandaag “Postdamm”.
Het einde van de buurtschapsscholen
Op veel plaatsen in Duitsland, ging midden der 60er jaren het lange hoofdstuk van buurtschapsscholen of ook wel “dwergscholen” ten einde. Het waren schooltjes op het platteland, waar kinderen uit de buitengebieden de kans kregen het onderwijs te volgen. Aan het jaagpad lag een van deze scholen.
Kinderen uit een omtrek van 1 km kwamen er naar toe. Van 1901 tot 1966 werd hier in een lokaal, vanaf 1949 in twee lokalen lesgegeven. In het begin van de 50er jaren waren het tot 180 leerlingen, die hier zowel in de ochtend als ook in de middaguren les hadden. Het grote aantal leerlingen werd veroorzaakt door de vele vluchtelingsfamilies, die tijdens en na de Tweede Wereldoorlog uit de gebombardeerde steden vluchtten. Nadat ze eerst in de buurtschap onderdak vonden,vestigden ze zich in het nieuwe stadsdeel St. Arnold. Schoonschrift en stilzitten op de oude houten schoolbanken waren in die tijd nog belangrijke deugden en werd meestal met strikte onderwijsmethoden doorgezet.